Hoor ik op Sempre een waldhoorn
Of ook wel een Turkse trom,
Dan moet ik zo bitter wenen;
En—ik weet zelf niet waarom.
Muziek met Gijs van Rij
Klik hier voor meer informatie


[Terug] [site map] [Goed om te weten]
[Home]









Was Piet Paaltjens ( alter ego van François HaverSchmidt ) de eerste Nederlandse cabaretier?




 
Dit is een lezing in het kader van de Piet Paaltjens Parade 2017.

De Piet Paaltjens Parade werd gehouden van 20 oktober t/m 1 november 2017 en werd georganiseerd omdat 150 jaar geleden de bundel Snikken en Grimlachjes van Piet Paaltjens bij drukkerij Roelands in Schiedam het daglicht zag.

Deze lezing werd gegeven op zondagmiddag 29 oktober in de bibliotheek
Lange Haven 145 in Schiedam





De teksten van Piet Paaltjens – en dan vooral de kortere gedichten – lijken vanwege de duistere humor geknipt voor het cabaret.
Maar om definitief vast te kunnen stellen dat het ook cabaret teksten zijn, moeten we teruggaan naar het variété uit die tijd.
Sloot het wel aan bij het gangbare variété uit die tijd?

Helemaal teruggaan zal niet lukken maar van 100 jaar terug kunnen we de grammofoonplaten nog wel beluisteren.

Als we dat gedaan hebben zullen we ook nog moeten kijken waaruit dat cabaret ontstaan is.
We staan stil bij het ontstaan in Parijs maar ook bij het eerste Nederlandse cabaret.










 

The Amazing Stroopwafels

We kunnen aan het begin van deze presentatie uiteraard niet om het lied van The Amazing Stroopwafels heen.
Hun Zwart Nazareth beschrijft hoe François HaverSchmidt aankomt in Schiedam en wat hij daar aantreft.





"Hij ziet aan't einde van de lange dijk
een stad waar korenmolens staan".

Zo zag dat einde van de lange Rotterdamsedijk er uit bij aankomst van François HaverSchmidt in Schiedam.

Het is trouwens waarschijnlijker dat hij gewoon met de trein is gekomen. Sinds 1847 lag daar namelijk "de oude lijn" tussen Amsterdam en Rotterdam.

De Rotterdamsedijk op de hoek met de Broersvest in 1864.
De foto is gemaakt in de richting van de Hoogstraat.
Klik hier voor meer informatie





Het Broersveld vanaf de brug bij het Herenpad in 1890.
De foto is gemaakt in de richting van de Hoogstraat.

Een van de betere straten uit het centrum van de stad.
Klik hier voor meer informatie










 

Het amusement rond 1900

Na deze inleiding gaan we eerst eens kijken hoe de stand van het amusement was eind 19e begin 20e eeuw.

Gelukkig hebben we van deze begin jaren nog geluidsdragers.

Die zijn daarom zo belangrijk omdat deze geluidsdragers slechts enkele jaren na het overlijden van HaverSchmidt opgenomen zijn.
Hij had ze bij wijze van spreken zelf nog kunnen horen als de uitvinding van de grammofoon iets eerder had plaats gevonden.

Het tijdsbeeld dat doorklinkt op deze platen is dus exact het tijdsbeeld waarin het werk van HaverSchmidt is ontstaan.










 

Albert Bol 1879 - 1920

De Groninger Albert Bolhuis was als Albert Bol een wel bekend artiest in Rotterdam. Hij speelde onder andere in volle zalen in varieté Pfläging (Circus varieté).

Hiernaast is hij afgebeeld op een theateraffiche uit 1912.
Klik hier voor meer informatie





In dit lied wordt een beschrijving gegeven van het verblijf in een van de toenmalige rondreizende bioscopen.

In de Cinema

Is in een stad een plekje grond
met een bord erbij te koop terstond.
Of huizen die ze kunnen slopen
is wat het ze er gauw verkopen.
En na een poos is het werk gedaan
dan zie je een bioscoop er staan.
En als dan ‘s avonds het licht aan gaat
dan komen mensen van de straat.

Naar de cinema, naar de cinema, naar de cinema.
Naar de cinema, naar de cinema, naar de cinema.

Je ziet er op het witte doek
de grote film “De vader vloek”.
Ofwel de film “De kwartjes vinder”
met Asta Nielsen en Max Vlinder
En als je dan nog een plaatsje treft
naast een meisje wat ook goed beseft
het mooi der filmgeschiedenis
dan dank je god dat het donker is

In de cinema, in de cinema, in de cinema.
In de cinema, in de cinema, in de cinema.

Dan loopt tot vreugde van ‘t publiek
een film met Bunny als komiek.
Zij zit dan van plezier te gillen
je knijpt van pret haar in d’r…... benen.
En als zij zegt “O foei meneer”
dan zeg je doodleuk “Excuseer”.
“Ik zag nu het licht was uitgedaan
jouw benen voor de mijne aan.”

In de cinema, in de cinema, in de cinema.
In de cinema, in de cinema, in de cinema.

Dan is de kennis gauw gemaakt
zodat je aan het praten raakt.
En je offreert het lieve diertje
een koppie koffie of een biertje.
En vraag je haar “ben je nog maagd?”
En wijl ze haar ogen nederslaat
Zegt ze “Ik heb alleen het land
als jij het doet als ‘t licht nog brandt.”

In de cinema, in de cinema, in de cinema.
In de cinema, in de cinema, in de cinema.

En als het dan weer donker wordt,
dan word je in je zij gepord.
En naast je hoor je een diep gefluister.
“Waar blijf je nou, ‘t is nou toch duister?
Je knuffelt dan het lieve wicht.
En eens komt dan plots een zee van licht.
Dan schaam je haast je eigen dood,
want dan zit ze bijna op je schoot.

In de cinema, in de cinema, in de cinema.
In de cinema, in de cinema, in de cinema.





Is dit dan een cabaret lied?

Het is een grappig lied.
Er zit aan het einde een soort van grappige wending: als het licht aan gaat zit de jongedame zowat op zijn schoot.

Maar het gaat verder nergens over. Het is alleen maar grappig.










 

Kees Pruis 1889 - 1957

Kees Pruis de zingende groenteman, was een zanger van "gezellige" liedjes.

The Amazing Stroopwafels hebben in de jaren 80 nog een bescheiden hit gehad met zijn heb meelij Jet.
Klik hier voor meer informatie





Dit lied gezongen door Kees Pruis gaat over een moeder die in haar wanhoop een brief richt aan Koningin Wilhelmina.
Zij is in de problemen gekomen door de duurte die het gevolg is van de eerste wereldoorlog.

Dit is een vroege Kees Pruis.
De tekst valt niet in de categorie 'gezellige liedjes' waarmee hij bij een groot publiek bekend is geworden.


Brief van eene moeder

Lieve goeie Koninginne.
‘k grijp in wanhoop naar de pen
omdat ik m’n zware zorgen
maar zo niet verdragen ken.

’k vraag verschoning om m’n vrijheid
misschien is het wel brutaal.
Uwe aandacht te verzoeken
voor het volgend droef verhaal.

‘k ben een moeder van vier kindren
breng ze alle netjes groot
ik moet wel voor hen uit werken
want m’n echtgenoot is dood.

ik heb met werken ‘n schamel loontje
maar met hulp der goeie God
Kon ik er altijd eerlijk komen
dat verzachte m’n droef lot.

Maar de laatste tijd is veranderd
alles is nu vreselijk duur
‘k kon m’n kroost niet ‘t nodig’ geven
en bleef achter met de huur.

Alles bracht ik naar de lommerd
zelfs m’n tafel en m’n bed
en nu dreigt m’n wrede huisbaas
dat ik wordt op straat gezet.

Koningin, U is zelf moeder
al heeft U er maar slechts één.
En Uw kind heeft nog een vader
mijn kroost heeft slechts mij alleen.

Kunt U voelen wat ‘t wil zeggen
als een kind je vraagt om brood?
En je kunt ‘t ze niet geven
voelt U nu m’n diepe nood?

Als U zo eens in de stad komt
is die feestelijk getooid
Alles mooi, maar in het harte
van Uw volk ziet U toch nooit.

Zij die U ontvangen hebben
overvloed op elk gebied
daardoor komt ‘t dat u d’armoe
in de kern van ‘t volk nooit ziet.

O macht nooit heb ik gebedeld
dus is’t mij wel droef te moe’
maar de honger van m’n kindren
en m’n armoe noopt m’er toe.

Lieve goeie Koninginne
kunt U wel niet voor mij doen
‘k druk als dank voor m’n vier bloedjes
dad’lijk op Uw portret een zoen.





Is dit dan een cabaret lied?

Het gaat wel degelijk ergens over.

Maar het is dodelijk serieus. Dit is veel meer een smartlap.










 

Le Chat Noir

We moeten dan natuurlijk ook bekijken hoe het cabaret destijds ontstaan is in Frankrijk.

Daarvoor moeten we terug naar rond 1880 in Montmartre.
Daar werd door Rodolphe Salis het cabaret Le Chat Noir geopend.

De term cabaret staat op zichzelf voor niet veel meer dan kroeg.
Kroegen waar in die jaren altijd levende muziek gespeeld werd, want mechanische muziek bestond toen alleen maar in de vorm van speeldozen.

Maar in sommige van die kroegen viel er vanwege het artistieke publiek een speciaal soort amusement te horen.
Een mix van zang, poëzie en grappige scènes.
Dat werd dan cabaret-litéraire of cabaret-artistique genoemd.

En dat was de bakermat van het huidige cabaret.
Klik hier voor meer informatie





Aristide Bruant

een van de meest bekende artiesten die in die vroege Chat Noir gespeeld hebben was Aristide Bruant.

Later ontstond er onenigheid tussen hem en Salis en vestigde hij zijn eigen cabaret onder de naam Cabaret Aristide Bruant.

Hiernaast is een schets van Bruant te zien gemaakt door Henri de Toulouse-Lautrec.
Het was zijn vaste toneel kostuum.

De liedjes van Bruant zijn door Franse artiesten zoals Patachou veelvuldig op de plaat gezet.
Klik hier voor meer informatie





Hier is een reconstructie te zien van het cabaret au Chat Noir met Aristide Bruant.

Hier zingt "Aristide Bruant" zijn meest bekende lied:

Je cherche fortune,
Autour du Chat Noir,
Au clair de la lune,
A Montmartre !
Je cherche fortune ;
Autour du Chat Noir,
Au clair de la lune,
A Montmartre, le soir.










 

Wereldtentoonstelling 1895

En hier begon de cabaret geschiedenis van Nederland.
Niet op deze Wereldtentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen van 1895, maar er naast.

Om de grote hoeveelheid bezoekers ook in de avonduren te vermaken waren er o.a. café's ingericht in de omringende straten.
In de Quellijnstraat nr. 64 was in een souterrain een kleine horeca gelegenheid ingericht met de uitbundige naam Het Wapen van Habsburg.

Daar werd Eduard Jacobs aangesteld als piano begeleider van artiesten en daar ook begon hij zelf zijn eigen liedjes in de trant van Aristide Bruant te zingen.
Klik hier voor meer informatie





Eduard Jacobs 1868 - 1914

Hier een afbeelding van Eduard Jacobs in zijn kenmerkende houding tijdens zijn optredens: zingend en spelend staand naast zijn piano.

Het onderwerp van zijn liedjes was trouwens ook niet ver te zoeken.
Veel van zijn liedjes gingen over de ellendige prostitutie aan de Ruysdaelkade om de hoek.
Klik hier voor meer informatie





Brief van ouwe Sientje

In dit lied horen we Eduard Jacobs zelf.

De tekst gaat over hoe er omgesprongen wordt met een huishoudster die haar leven lang voor een familie gezorgd heeft en op een gegeven moment samen met het oude meubilair aan de straat gezet wordt.





Het Aristocraatje

Hier het lied het Aristocraatje uitgevoerd door cabaretier Alex de Haas.

Alex de Haas is ook de auteur van het boek over Eduard Jacobs met de titel de minstreel van de mesthoop.










 

Jean-Louis Pisuisse 1880 - 1927

In 1907 brengen Jean-Louis Pisuisse en Max Blokzijl (dan nog journalisten bij het Handelsblad) een boekje uit waarin zij hun undercover story publiceren over het leven als straatmuzikant.

Dat boekje (Avonturen als straatmuzikant) is een groot succes. Zo'n succes dat er een muziek tournee georganiseerd wordt die vervolgens ook weer een succes wordt.

Dat smaakt naar meer en de tournee krijgt zelfs een vervolg in het buitenland.
Parijs wordt aangedaan waarbij de beide muzikanten in contact komen met de muziek van Aristide Bruant.
Het gevolg is dat tijdens het vervolg van de tournee in Batavia door Pisuisse het cabaret de Kattebel opgericht wordt.

Vanaf dat moment zijn beiden voltijds cabaret-artiesten.
Klik hier voor meer informatie





M'n eerste

Dit liedje m'n eerste meisje (van de zangvereniging) van Dirk Witte is een heel bekend stuk van Jean-Louis Pisuisse.





Wende Snijders

Dit nummer Mensch durf te leven van Dirk Witte is door Jean-Louis Pisuisse beroemd gemaakt.

Het wordt hier fenomenaal uitgevoerd door Wende Snijders begeleid door Egon Kracht.

Je kunt wel stellen dat het stuk de tand des tijds glansrijk doorstaan heeft. Onder voorwaarde natuurlijk dat het door zulke geweldige artiesten gebracht wordt.










 

J.H. Speenhoff 1869 - 1945

De Rotterdammer Koos Speenhoff (hier met zijn vrouw Cesarina Prinz) was een zeer succesvol zanger en cabaretier.
Hij zong solo maar vormde ook met zijn vrouw het duo Speenhoff en later zelfs een trio met dochter Ceesje Speenhoff.

Hij schreef en zong liedjes vol drama maar bleef daarbij altijd de keurig verzorgde heer.
Hij liet zich aanspreken als dichter / zanger J.H. Speenhoff.
Klik hier voor meer informatie





Broekje van Jantje

Hier een beroemd stuk van J.H. Speenhoff.
Het broekje / broekie van Jantje.

Hier op een vroege Pathé plaat die speelt van binnen naar buiten.





Het beroemde afscheidsbrief van een lelijk meisje zeer bekend van J.H. Speenhoff.

Hier in een uitvoering van Adéle Bloemendaal.










 

Louis Davids 1883 - 1939

Louis Davids was een artiest die af en aan in revue, operette en cabaret optrad.
In het begin samen met zijn zuster Rika en wat later met zijn zus Heintje Davids.

Uiteindelijk produceerde hij zijn eigen revues. Maar de afstand tot het cabaret was altijd heel erg klein.
Zo trad hij bijvoorbeeld ook op in Cabaret La Gaité.
Klik hier voor meer informatie





In dit lied Rijmpjes uit 1931 maakt hij gebruik van uitsluitend limericks.

In deze periode werkte hij heel nauw samen met tekstschrijver Jacques van Tol.










 

Don Quishocking

Dit stuk de Kerkhofgangers van Don Quishocking uit het programma Trappen op uit 1978 is geschreven door Hans Dorrestijn.

Voor wat betreft de uitwerking van het onderwerp kan het wel vergeleken worden met de Zelfmoordenaar van Piet Paaltjens.










 

Marjan Berk

Marjan Berk is cabaretiere, actrice en schrijfster.

Ze is begonnen bij het ABC cabaret van Wim Kan. Hiernaast staat zij in het Leidseplein cabaret in 1959.

Zij heeft in 1977 een revue geschreven en ook gespeeld met de titel Moeder en haar jongens.
Klik hier voor meer informatie





Ze heeft in 2003 een autobiografie geschreven met de titel Memoires van een dame uit de goot van het amusement.

Daaruit komt de volgende passage:

Nee, dan de verhalen van mijn moeder! Zij had Erica Mann voor de oorlog in Die Pfeffermühle zien spelen en later had ze in Amsterdam het Nelsoncabaret gezien, dat bestond uit gevluch­te Duitse acteurs, onder wie Dora Paulsen. Ik heb haar in de ja­ren zestig ook nog even meegemaakt tijdens een televisie-uit­zending van Wim lbo. Door de aandacht die lbo haar schonk beleefde zij een kleine comeback, zodat zij nog een aantal voor­stellingen heeft gegeven in het kleine zaaltje boven het voorma­lige Leidsepleincabaret.

En steevast als ik tussen de schuifdeuren mijn zelfbedachte voorstellingen speelde, riep mijn moeder: 'Jij moet naar het ca­baret!'

Ik had niet het flauwste benul wat ze hiermee bedoelde, maar de nagalm van haar woorden heeft wel een rol gespeeld in mijn latere voorkeur voor de korte baan.

Op het gymnasium moesten we een gedicht uit het hoofd leren. Ik koos 'De zelfmoordenaar' van Piet Paaltjens. Zuiver cabaret en buitengewoon geschikt voor tussen die schuifdeu­ren!

Gekleed in een zwart pak, mijn gezicht lijkbleek gemaakt met Pond's Coldcream van mijn moeder, reciteerde ik het macabere vers.

In het diepst van het woud
- 't Was al herfst en erg koud -
Liep een heer in zijn eentje te dwalen
Och, zijn oog zag zo dof
En zijn goed zat zoo slof
En hij tandknerste, als was hij aan 't malen.

Ha!' dus riep hij verwoed
'k Heb een adder gebroed,
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!'
En hij sloeg op zijn jas,
En hij trapte in een plas;
t Spattend slik had zijn boordjes bemorst schier.

En meteen zocht zijn blik
Maar een eiketak, dik
Genoeg om zijn lichaam te torschen.
Daarna haalde hij een strop
Uit zijn zak, hing zich op,
En toen kon hij zich niet meer bemorsen.

Het werd stil in het woud
En wel tienmaal zoo koud,
Want de wintertijd kwam. En intusschen
Hing maar steeds aan zijn tak,
Op zijn doode gemak,
Die mijnheer, tot verbazing der musschen.

En de winter vlood heen,
Want de lente verscheen,
Om opnieuw voor den zomer te wijken.
Toen dan zwierf — 't was erg warm –
Er een paar arm in arm
Door het woud. Maar wat stond dát te kijken!

Want, terwijl het, zoo zacht
Koozend, voortliep en dacht:
Hier onder deez' eik is 't goed vrijen,
Kwam een laars van den man,
Die daar boven hing, van
Zijn reeds lang verteerd linkerbeen glijen.

'Al mijn leven! van waar
Komt die laars?' riep het paar,
En werktuigelijk keek het naar boven
En daar zag het met schrik
Dien mijnheer, eens zoo dik
En nu tot een geraamte afgekloven.

Op zijn grijnzende kop
Stond zijn hoed nog rechtop,
Maar de rand was er af. Al zijn linnen
Was gerafeld en grauw.
Door een gat in zijn mouw
Blikten mieren en wurmen en spinnen.

Zijn horloge stond stil,
En één glas van zijn bril
Was kapot en het ander beslagen.
Op den rand van een zak
Van zijn vest zat een slak,
Een erg slijmrige slak, stil te knagen.

In een wip was de lust
Om te vrijen gebluscht
Bij het paar. Zelfs geen woord dorst het te spreken.
't Zag van schrik zóó spierwit
Als een laken, wen dit
Reeds een dag op het gras ligt te bleeken.


Het is een prachtig vers met een onverwacht eind, een frappe, zoals dat bij een goed cabaretnummer hoort. Op het moment suprême liet mijn broer een kaplaars uit de schuifdeur-lijst ploffen! Al mijn vijf kinderen hebben met dit gedicht op de middelbare school hoge ogen gegooid!


einde citaat










 

De Piet Paaltjens Parade

Tijdens de Piet Paaltjens Parade is er een CD opgenomen door verschillende artiesten met werk van Piet Paaltjens.
Meer over die CD kunt u hier vinden.

Die opnamen zijn voor een groot deel gemaakt in de voormalige drukkerij van Roelands waar 150 jaar geleden de bundel Snikken en Grimlachjes is gedrukt. Tegenwoordig is die drukkerij een gewoon woonhuis.

Van die opnamen zijn een aantal filmpjes gemaakt door PoPup-TV.


In dit filmpje van PoPup-TV komt Freek de Jonge aan het woord. Hij geeft hier onomwonden aan dat de teksten van Piet Paaltjens eigenlijk cabaretliedjes zijn.

Meer van PoPup-TV en de Piet Paaltjens Parade hier










 

Conclusie

En kunnen we nu de conclusie trekken dat Piet Paaltjens een cabaretier was?

Sommige huidige cabaretiers zeggen ronduit van wel. En zetten zijn teksten ook op muziek.
Daarnaast is de afstand tussen cabaret en de poëzie van Piet Paaltjens altijd heel klein geweest.

Het voldoet aan de gulden regels voor het cabaret:

Het moet liefst niet al te lang zijn.
Het moet ergens over gaan.
En er moet wel ergens de draak mee worden gestoken.

We kunnen dus wel stellen dat Piet Paaltjens – zou hij nu schrijven – probleemloos als tekstschrijver voor het cabaret zou kunnen functioneren.
Het dominee profiel zit daarbij niet in de weg.
Het Nederlands cabaret kent wel meer domineeszonen die teksten produceren.










 
Hierboven is het cabaret getoond zoals het zich in de loop der jaren ontwikkeld heeft.
Al die ontwikkelingen zijn vastgelegd door Wim Ibo in de 'cabaretbijbel': 75 jaar Nederlands cabaret.

Maar die beschrijving is blijven steken in 1970.

Er is wel een vervolg beschikbaar. Meerdere zelfs.

Zo'n 'nieuw testament' is bijvoorbeeld Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat van Patrick van den Hanenberg en Frank Verhallen.





Voor hier rest nu alleen nog om te laten zien waar het cabaret vandaag de dag terecht gekomen is.
We laten hier fragmenten zien van de winnaars van Cameretten 2016 en het Leids Cabaret Festval 2017.





Pieter Verelst

De winnaar van Cameretten 2016: de vlaming Pieter Verelst





De Hygiëna's - Nonkel Natuur

De winnaars van het Leids Cabaret Festival 2017

De Hygiëna's met de clip (dus niet waarmee ze gewonnen hebben) Nonkel Natuur







 
Vergelijkbare pagina's

Chansons
Occasionally Colour
Muzikale onrust in de vijftiger jaren
BeatGirl
Luisterliedjes
Kerstplaten
Zing mee met 78 Tee






terug naar boven






Deze pagina is 396 maal bekeken.




Een service van Stichting CCV